2025-01 MIRA Ceti sprak met... Sara Regibo
** Trefwoorden: Ruimtetelescoop Herschel – Infraroodsterrenkunde – Ruimtetelescoop PLATO – Exoplaneten – Eclipsreizen **
Het Instituut voor Sterrenkunde van de KU Leuven speelt de komende jaren een prominente rol bij een aantal prestigieuze ruimtevaartprojecten van de Europese ruimtevaartorganisatie ESA: PLATO, ARIEL en LISA. Met LISA is het de bedoeling om in de ruimte met behulp van drie satellieten die in een uiterst nauwkeurige driehoeksformatie bewegen te gaan speuren naar zwaartekrachtsgolven en dingen te weten te komen op het vlak van fundamentele kosmologie. Bij PLATO en ARIEL gaat het om het detecteren en bestuderen van exoplaneten.
We trokken naar Leuven om er te praten met Sara Regibo (°1983), doctor in de astronomie en astrofysica en als software ontwikkelaar voor het Instituut betrokken bij meerdere ruimtevaartprojecten.

Copyright afbeelding: Sara Regibo
Dag Sara, wat fijn dat we jou enige vragen mogen voorleggen, want jullie hebben hier op het Instituut wel behoorlijk veel werk met al die fraaie ruimtevaartprojecten die op stapel staan...
Zeker weten, ons instituut is betrokken bij zoveel verschillende domeinen binnen het sterrenkundig onderzoek: sterevolutie, dubbelsterren, veranderlijke sterren, sterrenwinden, asteroseismologie, exoplaneten… Daarnaast zetten wij ook heel sterk in op het ontwikkelen van onderzoeksinstrumenten voor telescopen op het aardoppervlak en in de ruimte. Behoorlijk ambitieus om in al die domeinen op hoog niveau te willen presteren, maar zo hoort het natuurlijk voor een instituut met naam en faam. En het is uiteraard heel fijn om van zo’n organisatie deel te kunnen uitmaken.
Het is altijd boeiend om te vernemen hoe iemand in de ban is geraakt van die verre en bizarre objecten die onze Aarde langs alle kanten omringen. Hoe is dat bij jou gebeurd?
Het eerste vonkje dateert wellicht van tijdens een scoutskamp toen ik een jaar of negen of tien was. Op een heldere avond toonde één van de leiders ons enkele sterrenbeelden aan de hemel en hij wist daar allerlei boeiende dingen over te vertellen. Dat vond ik heel fascinerend, het was de eerste keer dat ik bewust naar de sterrenhemel keek.
Als kind las ik eigenlijk niet graag, maar boeken over sterrenkunde konden mij wel heel erg boeien. En geleidelijk aan werd mijn interesse alleen maar groter en groter. In het middelbaar koos ik voor de richting Latijn-wiskunde en vreemd genoeg heb ik het meest over sterrenkunde geleerd tijdens de Latijnse les. We hadden immers een leraar Latijn die graag vertelde over de Romeinse mythen en sagen met heroïsche figuren waarnaar een heleboel sterrenbeelden vernoemd zijn. En zo kwamen we steeds terecht bij sterren en sterrenkunde, zelf vond ik dat super interessant, maar de rest van de klas was daarover wel iets minder enthousiast.
Op dat moment wist ik al zeker dat ik na mijn humaniora sterrenkunde wou studeren. Ik herinner me nog dat ik niet precies wist welke richting ik daarvoor moest kiezen aan de universiteit en dat ik daarom een brief gestuurd heb aan ik weet niet meer precies welke volkssterrenwacht met die vraag: kies ik best voor natuurkunde of voor wiskunde?
Men liet mij weten dat het allebei goede opties zijn om in de sterrenkunde terecht te komen, maar wiskunde sprak me meer aan dan natuurkunde. Of moet ik zeggen: schrikte me minder af. Ik ben dat ook effectief wiskunde met optie sterrenkunde gaan studeren aan de universiteit, daarna heb ik nog een jaar informatica gedaan. Tegen de tijd dat ik klaar was met die aanvullende opleiding was er hier op het Instituut voor Sterrenkunde een doctoraatspositie vrij voor een programmeerproject op de ruimtetelescoop Herschel, en ik dacht: ik waag mijn kans. Dat is goed uitgedraaid, want ik behaalde mijn doctoraat en leerde hier ook mijn man kennen, de jullie niet onbekende Wim De Meester. En nu, meer dan 18 jaar later, zit ik hier nog steeds, met veel plezier.
Via jouw doctoraat heb jij meegewerkt aan het succesvolle project Herschel, de infrarood ruimtetelescoop. Wellicht kende jij de sterrenkundige verdiensten van William en Caroline Herschel, de wetenschappers naar wie de ruimtesonde genoemd is?
Neen, vreemd genoeg niet. Tijdens mijn universitaire studies werden vele wetenschappelijke theorieën heel grondig bestudeerd, maar daarbij ging het haast nooit over de historische context en de personen achter de theorieën. En in het middelbaar hadden we het in de lessen aardrijkskunde bijvoorbeeld wel over hoe zonsverduisteringen ontstaan, en wat algemene info over het zonnestelsel, maar echt verdiepende inzichten over de globale samenhang en onze unieke plaats in het geheel kwamen haast niet aan bod.
Maar om dat te realiseren zijn volkssterrenwachten zoals MIRA natuurlijk prima geplaatst. Wij krijgen heel wat leerlingen van de derde graad secundair op bezoek, en onze gepassioneerde en interactieve aanpak zorgt toch veelal tot enthousiaste reacties bij die jonge mensen.
Dat enthousiasme is inderdaad super belangrijk. Onze dochter Lotte zit in het zesde leerjaar en onlangs zijn Wim en ik bij haar in de klas gaan spreken over de Zon, de planeten, en zo. Nog voor het begin van het schooljaar had de leerkracht ons gevraagd of wij een les konden komen geven over ‘iets in verband met sterrenkunde’, en op die uitnodiging zijn wij gaarne ingegaan. Het is gewoon fantastisch om aan kinderen van die leeftijd dat soort zaken te mogen uitleggen, zeker als je al die verwonderde en enthousiaste blikken ziet. Onze dochter wou trouwens zelf ook wat vertellen, en zij heeft aan haar klasgenootjes met veel bravoure uitgelegd hoe zonsverduisteringen ontstaan.
Met twee ouders die sterrenkundigen zijn kan het haast niet anders dan dat zij ook in de ban komt van wetenschappen en sterrenkunde?
Het zou inderdaad raar zijn mocht zij later zeggen dat ze wil gaan studeren voor kapster. Maar ze moet vooral doen wat haar best lijkt. Wij zijn blij zolang ze zich blijft verwonderen over de schoonheid van de sterrenhemel en de natuur.
De media zijn ook belangrijk om accurate informatie te verspreiden over sterrenkunde en aanverwante onderzoeksdomeinen.
Ja, maar vaak blijkt toch dat men daar ook niet al te veel kennis van zaken heeft. Er wordt dan gewag gemaakt van een supermaan of de komeet van de eeuw of een spectaculaire meteorenregen, waarbij de modale burger dan met veel verwachtingen naar boven kijkt om dan vervolgens ontgoocheld te zeggen: was het dat maar.

Copyright afbeelding: IPAC / Caltech / R. Hurt
Ook hier zijn de Vlaamse Volkssterrenwachten een nuttige bron van wel betrouwbare informatie, waarbij wij vaak pleiten om alles in een juiste context te zien en niet te overdrijven. Nieuws over sterrenkunde in de media kunnen we alleen maar toejuichen, maar het moet wel realistisch zijn om inderdaad te voorkomen dat mensen ontgoocheld zouden raken. Daarom, Sara, nu graag wat betrouwbare informatie over de Herschel-ruimtetelescoop.
Ik was zelf niet zozeer betrokken bij de wetenschap, maar meer bij het programmeren van de software om de analyse van de data te kunnen doen. Dat was in het kader van mijn doctoraat en was zeer zeker heel boeiend werk.
Ons instituut speelde een belangrijke rol bij één van de drie instrumenten aan boord: PACS. Dat staat voor Photodetector Array Camera and Spectrometer, het instrument is dus een camera en tegelijkertijd ook een spectroscoop. Onze software diende dus om een analyse te doen van zowel de fotometrische beeldjes als van de spectrometrische data die PACS ons bezorgde.
Om het simpel te stellen was het onder andere mijn taak om ervoor te zorgen dat de nulletjes en eentjes die vanuit de ruimte binnenkwamen om te zetten in een mooi afgewerkt product op basis waarvan de betrokken onderzoekers de gewenste astronomische informatie konden bekomen.
Als je moet beginnen schrijven aan die softwareprogramma’s, kan je je baseren op eerdere projecten waarbij je de codes dan aanpast aan de specifieke vereisten van Herschel of moet je helemaal vanaf nul zelf beginnen programmeren?
De informatie die je vindt op internet of in relevante artikels is vaak wel een goede leidraad waar je je in eerste instantie kan op baseren, maar er zijn dan toch wel behoorlijk wat dingen die specifiek zijn voor het instrument waarmee gewerkt wordt en in functie waarvan je de programma’s ontwikkelt. Het algoritme om de hyperspectrale data te gaan samenstellen bestond bijvoorbeeld al wel in tweedimensionale voorstellingen, maar de spectrale dimensie hebben wij zelf toegevoegd.
Het kan niet anders dan dat je de hele missie van Herschel van het begin tot het einde gevolgd hebt?
Natuurlijk wel, ook al weet ik beslist niet alles over alle details, er komt immers zo ongelooflijk veel kijken bij zo’n ruimtevaartproject.
De lancering van Herschel gebeurde op 14 mei 2009 met een Ariane 5-raket vanop de ESA-lanceerbasis in Frans-Guyana. We zaten met een hele bende in één van de aula’s op onze campus naar de lancering te kijken en na een geslaagde lancering zou er een receptie volgen om te toasten op het succes. Eens de Ariane zonder problemen vertrokken was trokken de meeste aanwezigen meteen naar de receptieruimte, behalve ons team: wij bleven vol spanning verder kijken naar wat nog komen moest. Bij de lancering ging het immers om twee satellieten die samen de ruimte werden ingestuurd. Naast Herschel was er ook nog Planck, de ESA-satelliet om metingen te doen aan de kosmische achtergrondstraling die dateert van kort na de oerknal. Beide satellieten zaten tijdens de lancering aan elkaar vast en de hele missie zou mislukt zijn mochten Herschel en Planck niet van elkaar loskomen. Maar alles verliep ook op dat vlak volgens planning, en zo hebben wij dan een beetje later toch ook nog een glaasje kunnen drinken op een succesvol begin van het ruimteavontuur van onze satelliet.
En sindsdien zit ik toch elke keer op het puntje van mijn stoel als er een ruimtemissie gelanceerd wordt omdat ik maar al te goed besef hoeveel werk en geld er altijd in zo’n projecten steekt.
Kan je nog wat meer vertellen over het project Herschel?
Het gaat om een spiegeltelescoop van het type Cassegrain, en met een spiegel van 3,5 m diameter is het na de James Webb Space Telescope met zijn spiegel van 6,5 m diameter de grootste ruimtetelescoop die ooit werd gelanceerd. Na de lancering reisde de satelliet naar het Lagrangepunt L2 om daar vanop een afstand van zowat anderhalf miljoen km van de Aarde in een stabiele baan waarnemingen te doen in het verre infrarode en sub-millimeter gebied van het elektromagnetisch spectrum.
Om in die golflengten te kunnen waarnemen was het nodig om de instrumenten aan boord met vloeibare helium te koelen tot minder dan 1 Kelvin zodat er in de waargenomen data geen ruis zou zijn, afkomstig van de warmte van de instrumenten zelf. Dat lukte tot eind april 2013, toen was de koelvloeistof verdampt en kwam er een einde aan de missie van de Herschel-ruimtetelescoop. Sindsdien draait de satelliet werkeloos in een weidse baan rond de Aarde.
Herschel had drie instrumenten aan boord: de al eerder genoemde Photodetector Array Camera and Spectrometer, afgekort PACS, waar wij op het Instituut nauw bij betrokken waren, en verder had je nog SPIRE, wat staat voor Spectral and Photometric Imaging Receiver, en HIFI, het Heterodyne Instrument for the Far Infrared.
PACS was met meer dan 20.000 waarnemingen met de fotometer en 6.000 met de spectrometer alleszins het meest gebruikte instrument aan boord van Herschel. En zo was het geregeld mogelijk om met het oog op de PR van het project en van ESA fraaie beeldjes door te spelen naar de media.
Belangrijker was natuurlijk dat ons instituut en ook andere sterrenkundigen uit ons land van in het begin veel werk heeft verricht voor deze ruimtemissie met het uitvoeren van testen in de voorbereidende fase – het Centre Spatial de Liège speelde daarin een grote rol – en de vele andere voorbereidselen, maar ook de opstart van alle instrumenten in de ruimte, de kalibratie, het ontwikkelen van tools voor de analyse van de data, enzovoort.
In ruil voor dit alles wordt je beloond in termen van waarneemtijd. Van het werk dat het instrumentatieteam doet worden de vruchten geplukt door de onderzoekers, en dat is wel fijn om te zien.
Waarom is infraroodsterrenkunde zo interessant?
Zoals je weet loopt het elektromagnetisch spectrum van radiogolven tot gammastraling, en elk deel ervan is interessant voor een bepaald soort waarnemingen. In het infrarood zie je gewoon andere dingen dan dat je in het ultraviolet of het zichtbaar deel van het licht ziet. En zo heeft infraroodsterrenkunde zijn eigen niche binnen het sterrenkundig onderzoek.
En zo kon Herschel de meest koele en stoffige objecten in het heelal waarnemen. Er werd onder andere onderzoek gedaan naar planeetsystemen in wording rond jonge sterren, naar het ontstaan van sterren en ook naar de latere fasen in het sterrenbestaan, en – ook heel interessant – de chemische processen die zich afspelen in het gas en stof rond sterren en in de interstellaire ruimte waarbij moleculen gevormd worden die relevant zouden kunnen zijn bij het ontstaan van leven…
De missie in de ruimte is al ruim een decennium voorbij, maar dat wil niet zeggen dat het hele project helemaal is afgerond?
Zeker niet, we spreken dan over de zogenaamde ‘post-operations phase’ waarbij tot vele jaren na de actieve fase gewerkt wordt op het binnengehaalde materiaal. Het is dan de bedoeling om de best mogelijke finale data te verkrijgen door het uitvoeren van correcties waarbij rekening wordt gehouden met kleine imperfecties bij de metingen van de instrumenten en door eventueel nieuwe methodes te ontwikkelen om de data nog preciezer te kunnen analyseren. We kunnen op dat moment ook overgaan tot lange termijn kalibraties en tot kalibraties waarbij ook de data van de twee andere instrumenten betrokken worden, wat wij ‘cross-calibrations’ noemen.
Zo ontstaat er een archief van beelden en spectra op basis van de waarnemingen van Herschel dat ook van groot nut is voor onderzoekers die zelf ook met infraroodsterrenkunde bezig zijn om hun eigen waarnemingen in een zelfde of iets andere range van het infrarood met die van Herschel te vergelijken.

Composietbeeld Krabnevel door HSO en HST - Copyright afbeelding: ESA Multimedia
Momenteel ben jij druk bezig met een ander boeiend ruimtevaartproject, Sara: PLATO.
Inderdaad. PLATO is een ESA-ruimtemissie, waarbij de letters staan voor Planetary Transits and Oscillations of stars.
Tot op heden werden er al meer dan 5.800 exoplaneten ontdekt, en in het begin ging het er vooral om effectief planeten rond andere sterren te kunnen ontdekken, maar daar zitten nauwelijks planeten bij die we als voor leven geschikte werelden kunnen beschouwen.
Met PLATO willen we nu exoplaneten ontdekken in de leefbare zone rond sterren zoals de Zon die zodanig lijken op onze Aarde dat er daar eventueel ook leven zou kunnen voorkomen. Het gaat dus om een zoektocht naar een specifiek type exoplaneet, waarbij we willen te weten komen of werelden zoals de onze veel voorkomen en of ze geschikt zijn om leven voort te brengen. En om dat te kunnen achterhalen zullen we allerlei dingen moeten te weten komen over de planeet zoals de grootte en de gemiddelde dichtheid ervan, de samenstelling van de planeet en de eventuele aanwezigheid van manen, de invloed van de straling van de moederster op de planeet, enzovoort.
Je zou PLATO kunnen zien als een voorbereidende missie voor ARIEL, een volgende ESA-ruimtemissie. Dan is het de bedoeling om de interessante exoplaneten die door PLATO hopelijk ontdekt worden nader te gaan bestuderen, zeker ook indien er een atmosfeer is.
PLATO zal bestaan uit 26 telescopen, in feite CCD-camera’s, die gedurende twee jaar om de zoveel seconden beelden zullen maken in wit licht en met een heel breed beeldveld. De normale camera’s kijken per groep van 6 naar exact hetzelfde beeldveld zoals je op onderstaande afbeelding kan zien.

Copyright afbeelding: PLATO Consortium
Er is een zekere overlap tussen de groepen, zodat je in het beeldveld zones hebt waar je met 6/12/18/24 camera’s naar kijkt. Door met zoveel kijkers tegelijk waar te nemen kunnen we een veel betere signaal-ruisverhouding bekomen dan met één enkele grote telescoop.
Net zoals Herschel zal PLATO zich na de lancering naar het Lagrangepunt L2 begeven om vanaf die stabiele positie aan zijn waarnemingen te beginnen.

Copyright afbeelding: www.eoportal.org
Conny Aerts is de Belgische principal investigator voor PLATO.
Ja, met haar enorme kennis van asteroseismologie is zij de aangewezen persoon om essentiële informatie te bekomen over de sterren waarrond de exoplaneten draaien en om zo zicht te krijgen op de rol die die sterren kunnen spelen bij het ontstaan en de evolutie van het omringende planetensysteem.
Ons instituut werkt bij PLATO mee aan de instrumentatie, de ontwikkeling van de benodigde software en het wetenschappelijk onderzoek.
Voor ARIEL is trouwens Bart Vandenbussche van ons instituut de Belgische principal investigator. We mogen dus toch best fier zijn op het Leuvense aandeel in deze vooraanstaande ruimtevaartprojecten.
Wie zijn de andere partners?
Te veel om op te noemen. Het PLATO Mission Consortium bestaat uit wetenschappers van maar liefst 23 landen.
Wat ons instituut betreft zijn wij nauw betrokken bij het proces om verschillende delen in elkaar te schroeven, wat gebeurt in het CSL, het Centre Spatial de Liège. Voor elke camera gaat het over twee onderdelen. Je hebt enerzijds de zogenaamde Telescope Optical Unit, dat is de telescoopbuis met de lenzen erin, en de baffle, ringen in die buis om weerspiegelingen te voorkomen. En dan heb je anderzijds wat wij noemen de analog chain met de CCD’s en de uitleesmodules. In het CSL worden die twee onderdelen aan elkaar geschroefd en gaat alles naar de shaker om te controleren of alles goed in elkaar zit. Als alles de trillingtesten goed heeft doorstaan worden de verschillende camera’s verspreid over drie instituten binnen Europa: SRON in Groningen, INTA in Madrid en IAS in Parijs. Op dit moment zijn dat voor ons de belangrijkste partners voor dit stukje van het hele project.

De 26 camera's in de cleanroom van de Duitse firma OHB - Copyright afbeelding: ESA Science & Exploration
De lancering is voorzien voor 2026?
Als alles volgens plan verloopt zou de lancering inderdaad binnen een goede twee jaar moeten plaatsvinden. Voorlopig evolueert alles zoals gehoopt, maar er zijn natuurlijk altijd wel zaken die niet het gewenste resultaat opleveren of die wat haperen, en dan krijg je een beetje vertraging. Maar uiteindelijk zal alles wel goed komen.
Is het vooral bang uitkijken naar de testen met trillingen waarbij het daveren en schudden zoals tijdens een lancering gesimuleerd wordt?
Wel ja, het is altijd een risico dat er daarbij iets misloopt. Ik meen mij te herinneren dat er bij de James Webb Space Telescope tijdens de vibratietesten een aantal schroeven losgekomen zijn en dat men na controle niet alle schroeven wist op de oorspronkelijke plaats terug te bevestigen. Voor zover ik weet zijn we zoiets bij PLATO nog niet tegengekomen. Tot nu toe. Het is een noodzakelijke stap in het hele proces, maar je bent toch altijd opgelucht als het effectief zonder problemen achter de rug is.
En kijk, na PLATO komt ARIEL…
Ja, ook weer een prachtig project op ons instituut om naar uit te kijken. En je kan vast wel raden dat die naam bij onze dochter op enorm veel enthousiasme kan rekenen ;-)
Wat is het doel van ARIEL?
Het is de bedoeling zowat een duizendtal exoplaneten te observeren om zo een voldoende groot aantal objecten te hebben zodat we meer inzicht krijgen over de karakteristieken van verschillende soorten exoplaneten met eventueel ook hun atmosferen en over de relatie tussen exoplaneten en hun moederster. Want de ster in kwestie is natuurlijk ook heel belangrijk om iets te begrijpen over de aard en de evolutie van de planeten die er omheen draaien.
De James Webb Space Telescope probeert toch ook al dingen te weten te komen over atmosferen van exoplaneten, bijvoorbeeld bij de planeten die rond TRAPPIST-1 cirkelen?
Zeker, maar de JWST is een general purpose telescoop zoals we zeggen, die doet onderzoek in velerlei domeinen. ARIEL is specifiek ontwikkeld om net die kleine niche van het onderzoek haarfijn te kunnen exploreren.
En ook bij ARIEL is ons instituut een belangrijke partner. We zitten al in een fase waarbij ESA, na een heel grondige evaluatie van de voorgestelde plannen, groen licht heeft gegeven voor het ontwikkelen van het instrumentarium voor ARIEL. Wij zullen mee in het ruimtevaartcentrum van Luik testen gaan ondersteunen, meewerken aan de kalibratie van instrumenten die bij de telescoop horen en dergelijke meer.
Ik werk zelf ook al wel mee aan ARIEL, maar er kruipt momenteel zoveel werk in PLATO dat wat mij betreft hier toch de prioriteit ligt. En we hebben nog even de tijd, want de lancering van ARIEL zou normaal pas zijn in 2029.

Copyright afbeelding: ESA Science & Exploration
Zijn er nog andere vergelijkbare projecten die jou speciaal aantrekken mocht je daar kunnen aan meewerken?
Ik ben eigenlijk best tevreden met de projecten waar we nu aan werken en die nog op stapel staan. Als ik daarin mijn rol mag spelen lijkt me dat prima.
De wereld van de sterrenkunde behelst zoveel verschillende onderzoeksdomeinen, van een theorie over het ontstaan van het heelal tot modellen over de rol van het stof in de atmosfeer van Mars. Zijn er onderwerpen die jou meer boeien dan andere?
Ik vind ontdekkingen binnen ons eigen zonnestelsel altijd heel boeiend. Als er nieuws is over bijvoorbeeld nieuw ontdekte manen bij Saturnus wil ik daar zeker met belangstelling iets over lezen. Eens de Europese missie JUICE naar de ijsmanen van Jupiter en de pas gelanceerde Europa Clipper met hun onderzoek ter plaatse zullen beginnen zal ik ongetwijfeld ook benieuwd zijn naar eventuele ontdekkingen in verband met die ijswerelden en hun oceanen onder de ijskorst. Ik zou het zeker ook een uitstekend idee vinden mocht men een ruimtemissie opzetten om gedurende langere tijd Uranus ter plaatse te onderzoeken, en hetzelfde geldt ook voor Neptunus en voor Pluto. En nu men terug grootse plannen heeft in verband met bemande missies naar de Maan ben ik wel zo iemand die midden in de nacht zal opstaan om daarnaar te kijken.
Heb jij tussen de zovele iconische astronomiebeelden die er intussen bestaan een favoriet?
Inderdaad, het is een overvloed aan beelden, maar toch is er eentje dat ik verkies: de foto van de aardopkomst boven de Maan. Het beeld dateert uit 1968, maar blijft na al die jaren toch enorm tot de verbeelding spreken.
Thuis in onze woonkamer hangt er een fraaie afbeelding van de Andromedanevel, maar ook foto’s die wij zelf gemaakt hebben tijdens onze eclipsreizen.
Jullie zijn inderdaad fervente eclipsjagers, niet?
Als waarnemer behoren totale zonsverduisteringen zeker toch tot de meest indrukwekkende natuurfenomenen die je kan meemaken.
Mijn eerste eclips was in 1999. Ik was toen twee weken op vakantie in Oostenrijk met mijn ouders en we hebben daar twee weken lang supergoed weer gehad. Behalve… op 11 augustus, de dag van de eclips. Mijn ouders wisten toen niet goed hoe ze me konden troosten, zo ontgoocheld was ik toen.
We gingen sowieso op vakantie naar Oostenrijk gaan, maar het kwam goed uit dat we niet te ver moesten rijden om in de totaliteitszone te zitten. Ik had lang op voorhand al zitten uitbroeden waar de beste plek zou zijn om de eclips onder ideale omstandigheden te kunnen waarnemen. We hadden toen nog geen internet thuis, dus dat gebeurde allemaal via boeken en kaarten. En soms vroeg ik aan mijn papa of hij op zijn werk waar er al wel internet was of gauw enkele kleine dingen voor mij kon opzoeken.
Dezer dagen sta je ’s morgens op en als je ziet dat het op de plaats waar je je bevindt geen goede omstandigheden zijn om de eclips te zien, dan kijk je even op de gps van je smartphone waar je wel naartoe kan rijden om de totale zonsverduistering te zien onder een wolkenvrije hemel. Maar in die tijd hadden we die middelen niet en was er simpelweg geen plan b. Dus stonden wij daar ergens in een godvergeten gat in Oostenrijk droevig te wezen onder de wolken. Het is natuurlijk wel donker geworden, maar dat was een schrale troost.
In 2007 werden Wim en ik een koppel, en sindsdien konden we samen op eclipsavontuur trekken. En zo reisden we in juli 2009 vol goede moed naar China om mijn kater uit 1999 door te spoelen. Maar daar was het nog veel erger dan in Oostenrijk, het regende daar apocalyptisch. Toen kon ik mij echt voorstellen dat als je geen idee hebt wat er gaande is en het wordt zo ineens in het midden van de dag donker, en het begint zo hard te regenen, dat je dan denkt dat het einde der tijden is aangebroken…
Sindsdien zijn we nog drie keer op reis vertrokken om een totale zonsverduistering mee te maken, en het blijkt dat onze dochter Lotte die in 2013 geboren is ons geluk brengt. Want zowel in de VS in augustus 2017 als in Chili begin juli 2019 als in Mexico begin april 2024 konden we genieten van een overweldigend spektakel. Als je meer wil weten over onze eclips- en andere reizen kan je steeds terecht op onze website. Trouwens Wim en ik hebben in aanloop naar de eclips in Mexico software geschreven om het maken van foto’s tijdens alle fases van de eclips te automatiseren.
Jullie hebben dus zeker ook plannen voor de eclips van 2026?
Er komen er de volgende jaren nog wel enkele aan, telkens in de zomervakantie, dus wat ons betreft komt dat goed uit. In 2026 is er eentje die loopt van Groenland via IJsland naar het noorden van Spanje, in 2027 is er eentje die passeert langs het noorden van Afrika. En in 2028 loopt de totaliteitszone van het noordwesten via het zuidoosten van Australië tot in het zuiden van Nieuw-Zeeland.
Het plan voor 2026 is om te reizen naar Spanje. Je kan natuurlijk ook naar Groenland trekken om de eclips te zien, en de weersverwachtingen voor Groenland zijn eigenlijk behoorlijk goed. Maar het is aan de oostelijke kant te doen, waardoor het echt een expeditie is om er te geraken wegens nauwelijks of geen voorzieningen. IJsland is ook een optie, en het zou natuurlijk heel mooi zijn om daar in de woeste natuur dat spektakel te mogen meemaken, maar daar is er veel kans dat het slecht weer is en dat je de eclips dus niet kan zien. Dus het wordt Spanje, maar tegen dat de schaduw van de Maan daar aankomt staat de Zon al eerder laag. Dus moeten we op zoek naar een plek waar het lokale reliëf een zo goed mogelijk uitzicht biedt.
Je zou de eclips ook vanop zee kunnen waarnemen?
Ja, maar dan zal het toch ergens op de Atlantische Oceaan tussen IJsland en Spanje moeten zijn, want als je op de Middellandse Zee zit te wachten op de eclips riskeer je daar door de lage stand van de Zon haast niets meer te kunnen zien van de totaliteit.
Maar op zee verlies je ongetwijfeld veel van de totaalbeleving die een totale zonsverduistering is. Het is meer dan de Zon die gedurende enkele minuten verdwijnt achter de Maan. Het is ook de natuur die verandert, vogels die stoppen met fluiten, dieren denken dat de nacht is aangebroken, enzovoort.
Copyright afbeelding: NASA Eclipse Website
Zijn de grote observatoria ook reisdoelen voor jullie?
Niet dat we onze reizen daar speciaal voor plannen, maar als we ergens passeren en er is in de buurt een sterrenwacht of een andere astronomische bezienswaardigheid, dan maken we daar wel graag een omweg voor.
Hartelijke dank voor het interessante gesprek, Sara, en veel succes met PLATO, ARIEL en alle andere toekomstige projecten.
Tekst: Francis Meeus, december 2024