Heeft Betelgeuze een begeleider?
Nooit te hard van stapel lopen! Ze heeft al een naam en toch is het nog helemaal niet zeker dat ze effectief bestaat: Siwarha, de begeleider bij de rode superreus Betelgeuze.
Populaire bronnen zeggen…

Copyright: BBC Sky at Night Magazine

Copyright afbeelding: Astronomy.com
Bron van het nieuws: een wetenschappelijk instituut

Copyright afbeelding: NOIRLab News
Betelgeuze, een kanjer van een ster
Wij als amateurastronomen zijn altijd super enthousiast wanneer nieuws uit de hoek van het sterrenkundig onderzoek de krantenkoppen haalt. Zeker als het gaat om een iconisch object aan de sterrenhemel: de geeloranje heldere ster Betelgeuze in het sterrenbeeld Orion.

Copyright afbeelding: Stellarium
Betelgeuze behoort tot de categorie sterren der superreuzen. Als je weet dat onze Zon met toch een diameter van 1,4 miljoen km een gele dwergster is, kan je al vermoeden dat Betelgeuze veel en veel groter is dan onze zon.
Heel precies is het moeilijk te zeggen, maar de diameter van Betelgeuze is zeker meer dan 500 keer die van de Zon. Indien we de Zon in het midden van het zonnestelsel zouden vervangen door Betelgeuze, dan zou die ster komen tot voorbij de asteroïdengordel, misschien wel tot aan de baan van Jupiter…
Naar schatting heeft Betelgeuze 10 tot 20 keer meer massa dan de Zon. Sterren met een dergelijk grote massa evolueren veel sneller dan zuiniger modellen als de Zon. Onze Zon zal een goeie 10 miljard jaar blijven bestaan, maar sterren als Betelgeuze worden maar een tiental miljoen jaren oud en eindigen als supernova: een razendsnelle implosie van de ster, gevolgd door een onvoorstelbaar krachtige explosie… Gezien de evolutiefase waarin betelgeuze zich nu bevindt wordt dat supernovagebeuren in sterrentermen binnenkort verwacht, dus laat ons zeggen binnen… 100.000 jaar.
Ook de afstand is moeilijk exact te bepalen, maar wordt bepaald op 400 tot 600 lichtjaar van hier. Dat is ver genoeg om in het geval van de verwachte explosie onschadelijk te zijn voor de aardse biosfeer.
Supernova op komst?
Uit onderzoek naar de helderheid van Betelgeuze stelt men een veranderlijkheid vast waarbij de schijnbare magnitude varieert tussen +0.0 en +1.6 met een periode van ongeveer 400 dagen, daarnaast is er een tweede cyclus van ruwweg 2.100 dagen die zorgt voor veranderingen qua helderheid.
In de periode 2019-2020 vond er onverwachts een sterke helderheidsafname plaats, het Great Dimming Event. Gedurende meerdere maanden was Betelgeuze opvallend minder helder dan normaal. En meteen werd door sommigen gespeculeerd dat het wel eens zover kon zijn: Betelgeuze stond klaar om supernova te worden...
Wat een voorbarige conclusie bleek te zijn. In de woelige evolutiefase waarin de rode superreus zich bevindt is het niet abnormaal dat er af en toe een grote bel materie van het steroppervlak loskomt en uitgestoten wordt, met als gevolg dat het sterlicht voor een kortere periode gedimd wordt.

Copyright afbeelding: ESO.org
De begeleider: nieuwe aanwijzingen
In juli 2025 publiceerde NASA onderzoek van Steve Howell, een van hun medewerkers, en zijn team. Zij konden op basis van een slimme techniek met krachtige camera’s en vele duizenden korte metingen atmosferische interferenties via uiterst precieze beeldbewerking elimineren en zo een beeld creëren van Betelgeuze en het zwakke licht van een begeleidende ster. Het lichtsignaal was duidelijk, maar niet sterk genoeg om te gelden als absoluut bewijs voor het bestaan van de begeleider.
Maar omdat het in het geval van Betelgeuze om een tot de verbeelding sprekende ster gaat verzon men al meteen een naam voor de mogelijk begeleidende ster: Siwarha, naar het Arabische woord siwar wat 'armband' betekent. De naam Betelgeuze zou immers ook verwijzen naar Arabische woorden, namelijk Yad al-Jauzāʾ, de 'hand van de reus'.
In het prille begin van 2026 verscheen een nieuwe studie onder leiding van Andrea Dupree (Harvard & Smithsonian Center for Astrophysics, Cambridge, VS) waarbij geargumenteerd wordt dat een gedetecteerd bewegend en uitdijend spoor van verdicht gas in de buitenste atmosfeerlagen van Betelgeuze indirect wijst op de aanwezigheid van een begeleidende ster. Die ster zou in zowat zes jaar rond Betelgeuze cirkelen, en dat correspondeert met de tweede helderheidscyclus van +-2.100 dagen, waarbij de begeleidende ster gedurende een deel van haar baan rond Betelgeuze een deel van het sterlicht van de rode superreus blokkeert.
Het zou gaan om een kleine ster met maximaal één maal de massa van de Zon die bestaat in de chromosfeer van Betelgeuze.
Volgens Andrea Dupree staat de helderheidsvariatie in een periode van 2.100 dagen los van processen in het inwendige van de ster zelf. Die variatie verloopt asymmetrisch met nu eens een fase waarin het signaal voorop loopt en dan weer een fase waarin het achterloopt, zoiets gebeurt wanneer materiaal naar buiten wordt gestuwd door een voorbij komend object.
Ook het feit dat Betelgeuze heel snel rond haar as draait kan goed verklaard worden door de getijdeneffecten die van een begeleidende ster uitgaan. Anders zou je verwachten dat een ster die alsmaar uitzet – zoals rode reuzen doen – door de wet van behoud van impulsmoment altijd maar trager zou gaan roteren.

Copyright afbeelding: NASA/ESA/Elizabeth Wheatley (STScI)
Toch een nuance
In het artikel van Sky&Telescope van 13 januari 2026 concludeert men: “The case for a companion is strengthening, though not yet closed. Researchers are now looking ahead to late 2027, when Siwarha is expected to emerge again from behind Betelgeuse and offer the clearest opportunity yet for its direct confirmation.”
Eigen vertaling:
“De aanwijzingen voor een begeleidende ster worden steeds sterker, hoewel deze zaak nog niet definitief is uitgeklaard. Onderzoekers kijken nu uit naar eind 2027, wanneer Siwarha naar verwachting weer van achter Betelgeuze tevoorschijn zal komen en de tot op heden duidelijkste gelegenheid zal bieden voor een directe bevestiging van het bestaan ervan.”
Uitkijken dus naar de waarnemingen met in het bijzonder die van de Very Large Telescope van ESO in Chili. Dankzij de adaptieve optiek en interferometrie die met die reuzentelescopen mogelijk is zal er wellicht meer klaarheid komen in deze boeiende kwestie...
Enige kritische bedenkingen
We legden dit verhaal voor aan sterrenkundige Alex Lobel van de Koninklijke Sterrenwacht van België, specialist i.v.m. gele hyperreuzensterren. Zijn voornaamste bedenking is dat het hierboven geschetste scenario gebaseerd is op semi-analytische overwegingen en niet ondersteund wordt met uitgebreide meerdimensionale hydrodynamische of simulatie-gebaseerde modellen van een dergelijk lange slipstream als gevolg van de baanbeweging van een tweede ster:
Driedimensionale simulaties van de atmosfeer van Betelgeuze tonen grote convectiecellen aan het zichtbare steroppervlak, die bevestigd zijn met interferometrische waarnemingen en beeldvorming. De sterke convectie kan in de diepe convectieve laag zogenaamde interne zwaartekrachtsgolven (g-modes) genereren, die zich in de uitgebreide atmosfeer ver boven het zichtbare steroppervlak als langzame, bijna regelmatige, niet-radiale variabiliteit manifesteren, met snelheidsveranderingen van slechts een paar kilometer per seconde. Daarbij is de zwaartekracht de terugstellende kracht voor hun vrijwel horizontale propagatie doorheen de uitgestrekte ijle atmosfeer.
Alex Lobel verwijst naar de wetenschappelijke literatuur in dit verband waarbij verschillende verklaringen zijn voorgesteld voor de langere ~2200 dagen periode in de fotometrische en spectrale variabiliteit in Betelgeuze:
Een mogelijke verklaring komt van een recente asteroseismische analyse uit 2023 die de lange periode van ~2200 dagen identificeert als de radiale fundamentele mode van een pulsatie-mechanisme in de sterenveloppe, waarbij de kortere periodes (ca. 420, 230 en 185 dagen) als radiale overtonen worden beschouwd. Deze pulsatie-modi worden in de modellen allemaal in de bovenste lagen geëxciteerd en verklaren de semi-regelmatige variabiliteit. De hierboven vermelde g-mode-verklaring vormt een andere aanvullende mogelijkheid, waarbij de g-modes in de diepe convectieve laag zich als quasi periodische variabiliteit rond 1000-2000 dagen in de bovenste atmosfeer kunnen manifesteren (hoewel dit voor Betelgeuze nog niet expliciet bevestigd is).
Zo hebben berekeningen in Antares, een M-type superreus met een vergelijkbare uitgebreide atmosfeer, aangetoond dat sterke convectie met overshooting zwaartekrachtsgolven kan in gang zetten (het zgn. 'piston'-effect), die pulsaties veroorzaken in de bovenste, stabiele lagen van de atmosfeer rond de karakteristieke Brunt-Väisälä-periode. Hoe uitgebreider de atmosfeer, hoe lager het modegetal van de g-modes die kunnen ontstaan, wat de mogelijkheid van de langere-periode, quasi regelmatige modulaties in sterren met een sterk uitgebreid en expanderend omhulsel zoals Betelgeuze versterkt.
Als specialist van gele hyperreuzen trekt Alex Lobel een parallel met de lange-termijn-variabiliteit (LTV) die fotometrisch ook in gele hyperreuzen zoals Rho Cas en RW Cep wordt waargenomen. Deze G- en K-type sterren hebben een aanzienlijk grotere lichtkracht en massa dan Betelgeuze:
De LTV-veranderingen zijn lichte schommelingen van de kleurindex (ongeveer 0,1 magnitude) als gevolg van veranderingen in de optische diepte van het stercontinuüm. Daarnaast vertoont Rho Cas ook terugkerende uitbarstingen met intervallen van ongeveer 10 tot 40 jaar, zoals de zogenaamde "Millennium" uitbarsting in 2000-2001. De fotometrische eigenschappen en tijdschalen van deze uitbarstingen zijn goed vergelijkbaar met de sterke dimming van Betelgeuze in 2019.
De uitbarstingen van gele hyperreuzen zijn echter geen gevolg van een dubbelster-interactie. De snelle afname van de zichtbare helderheid, die enkele maanden tot een jaar kan duren (met recordintervallen van ongeveer 2 jaar in 1945), is het gevolg van sterke synchrone convectieve overshooting in de grote convectiecellen die zich over de hele zichtbare sterschijf uitstrekken. De interactie tussen sterke convectie en atmosferische pulsaties veroorzaakt een plotselinge verhitting en snelle expansie van de atmosfeer boven de top van de convectieve laag. Voor de uitbarstingen van gele hyperreuzen wordt gesproken over een terugkerend pulsatie-convectie-destabilisatie-mechanisme van de uitgebreide atmosfeer, waarbij de omvang van de ster op korte tijdschaal aanzienlijk kan toenemen (een verdubbeling van de straal) en de temperatuur met ongeveer 3000 K afneemt. De quasi regelmatige pulsaties in de periode-voor-uitbarsting worden versterkt, wat samen met de convectie-overshooting leidt tot een instabiele, uitbarstende fase.
Tot nu toe zijn er geen aanwijzingen gevonden dat de sterke afname van de schijnbare helderheid gemeten in het visuele deel van het spectrum veroorzaakt wordt door uitgestoten stofwolken.
Ten slotte benadrukt Alex Lobel dat er tot op heden in de beschikbare literatuur geen overtuigende directe waarnemingen bestaan van een tweede ster bij Betelgeuze. Over het hoger vermelde samengestelde beeld dat het NASA-team van Steve Howell in de zomer van 2025 publiceerde stelt hij:
De auteurs benadrukken dat deze waarneming slechts een significantie van ongeveer 1,5σ heeft, terwijl een statistisch betrouwbare detectie doorgaans minstens 3σ vergt (en optimaal 5σ).
Wetenschappers kwantificeren de betekenis van een ontdekking via een statistische kwantiteit genoemd sigma of symbolisch σ. Op deze manier kan gemeten worden in hoeverre een bepaald resultaat een toevalstreffer is. Hoe hoger de waarde van σ, hoe waarschijnlijker dat een resultaat betrouwbaar is.
Zij benoemen hun waarneming met de 8-meter Gemini-North/'Alopeke' telescoop op Hawaii daarom als voorlopig, en niet als een onomstreden bevestigde detectie. Ondanks de aandacht in de media kan de structuur in dat beeld evengoed worden toegeschreven aan instrumentele artefacten of beeldverwerkingstechnieken. Evenmin zijn in ultraviolet waarnemingen met de Hubble‑ruimtetelescoop of in röntgenwaarnemingen met de Chandra‑satelliet aanwijzingen voor een tweede ster gevonden, hetgeen de aanwezigheid van een object met een massa groter dan ca. 1,5 tot 2 zonsmassa uitsluit.
Bronnen
Eigen interview met Alex Lobel (Koninklijke Sterrenwacht van België)
https://www.eso.org/public/belgium-nl/news/eso2109/
https://noirlab.edu/public/images/noirlab2523c/
https://skyandtelescope.org/astronomy-news/betelgeuses-elusive-companion-might-be-making-waves/
Tekst: Francis Meeus, maart 2026